Bladlood vs alternatieven (TNO)

TNO studie “Milieuprestatie van bladlood en alternatieve waterkerende producten”

De levenscyclusanalyse (LCA) is een internationaal geaccepteerde methode om materialen en producten vanuit een milieukundig oogpunt te beoordelen. Een in 1998 door TNO uitgevoerde LCA studie voor waterkerende afdekkingen toonde goede resultaten voor lood. TNO heeft recent deze studie geactualiseerd op basis van de huidige beschikbare gegevens voor bladlood en voor een aantal alternatieve materialen.


Het hoofddoel van de studie was het vergelijken van de milieuprestatie van het gebruik van bladlood als waterkerende afdekking met die van een aantal concurrerende materialen die op de Nederlandse en Duitse markt worden toegepast. Het nevendoel was om te bepalen welke aspecten van de levenscycli van de grootste betekenis waren. Waterkeringen aan een gebouw kunnen worden onderverdeeld in een aantal functionele groepen:
gevel- of dakbedekking; spouwmuurbescherming, het beschermen van dak-gevel overgangen en de afvoer van hemelwater. 

De drie onderzochte functies zijn:

Waterkerende afdekkingen, gebruikt in spouwmuren (bladlood, aluminiumversterkt SEBS, aluminiumversterkt EPDM en  PVC);

Waterkerende afdekkingen in dak-gevel aansluitingen (bladlood, aluminiumversterkt SEBS, aluminiumversterkt PiB);

Afvoer van hemelwater door zakgoten vanaf hellende daken (bladlood, glasvezelversterkt polyester).

Vergelijking van de milieuprestatie uitgedrukt in schaduwkosten (€) voor waterkerende producten voor spouwmuren, dak-gevel aansluitingen en zakgoten. De waarden boven de staven geven de netto schaduwkosten weer; de waarden in de staven beneden de x-as geven het voordeel van energie- en materiaalterugwinning weer. Hoe hoger de schaduwkosten, hoe hoger de milieubelasting. De resultaten van de vergelijking van de milieuprestaties zijn grafisch in de voorafgaande figuur weergegeven met behulp van schaduwkosten. Dit zijn de kosten die gerelateerd zijn aan het vermijden  van elk milieueffect. Hierdoor is een directe en eenvoudige onderlinge vergelijking van de milieueffecten van meerdere producten mogelijk.

De goede milieuprestatie van bladlood, vergeleken met die van de andere producten, is met name te danken aan de lange levensduur en de geringe behoefte aan primaire grondstoffen. Bladlood wordt namelijk uit afvallood gemaakt. Het grootste deel van de milieubelasting hangt samen met de geringe verliezen aan bladlood bij het aanbrengen in het werk en bij het uiteindelijke verwijderen na afloop van de levensduur. Hierdoor is de keten niet volledig gesloten. Deze verliezen worden vanuit een levenscyclusperspectief aangevuld door primair lood. De modellering van deze verliezen is op een conservatieve wijze gedaan. In werkelijkheid is afvallood voldoende voorhanden vanwege de hoge mate van recycling van dit materiaal.
Resultaten van gevoeligheidsanalyses voor de SEBS: bitumen verhouding van aluminiumversterkt SEBS, voor het productieproces van glasvezelversterkt polyester en voor het percentage  recycling van aluminium voor de aluminiumversterkte producten toonden een zekere invloed op de milieuprestatie van de producten aan. Dit resulteerde echter niet in een verandering van de rangorde van de producten, wat betreft de milieuprestaties.

Op basis van de resultaten van de levenscyclusanalyses van bladlood en van andere waterkerende bedekkingen werd de volgende conclusie getrokken:

Conclusie

Bladlood heeft de beste milieuprestatie van alle waterkerende producten, die met elkaar zijn vergeleken. Voor gebruik in spouwmuren waren de alternatieven aluminiumversterkt SEBS, aluminiumversterkt EPDM en  PVC beschouwd. Terwijl voor dak-gevel aansluitingen bladlood met aluminiumversterkt SEBS en aluminiumversterkt PiB is vergeleken. Voor het gebruik als zakgoot werd bladlood vergeleken met glasvezelverstrekt polyester. De functionele eenheid, op basis waarvan de vergelijking werd gemaakt, was het waterkerend bedekken door 1 m2 geïnstalleerd materiaal over een periode van 75 jaar in Nederland en Duitsland. Deze functionele eenheid is voor de vergelijking binnen de drie groepen (spouwmuur, dak-gevel aansluiting en zakgoot) gedefinieerd.

Een uitgebreidere Engelstalige samenvatting is ook beschikbaar (TNO report, 2006-A-R0257/B) Deze is gebaseerd op het TNO rapport “Environmental performance of lead sheet and alternative weatherproofing products” (B&O-A-R0232/B).

 

2003

“Experimental study of new lead alloys for atmospheric application”


Afspoeling geen 5 maar 1 gram per m² per jaar

Ook andere onderzoeken gingen in deze periode gewoon door. In samenwerking met de Europese bladlood organisatie ELSIA (European Lead Sheet Industry Association) hebben wij verscheidene testen en onderzoeken laten verrichten gericht op het onderwerp bladlood en het milieu. Een aantal onderzoeken is afgerond. Vooral het onderzoek naar de werkelijke hoeveelheid afspoeling van bouwlood dat via het regenwater in het milieu terechtkomt springt eruit. De ELSIA heeft laten onderzoeken hoeveel gram lood er exact per m² per jaar afspoelt. Tot nog toe is men er altijd vanuit gegaan dat de afspoeling 5 gram per m² bedroeg. Dit is echter gemeten vanaf een opstelling van bladlood onder een hoek van 45º en de normale regenbelasting. De in opdracht van de ELSIA onderzochte afspoeling werd gemeten van een dakopstelling waarbij het regenwater van de vier winstreken apart kon worden opgevangen en geanalyseerd. De conclusie van het onderzoek is dat van deze praktijkopstelling geen 5 gram maar slechts 1 gram per m² per jaar afspoelt. Een belangrijke verklaring hiervoor is dat heel veel bladlood verticaal wordt aangebracht (spouwlood en loketten).
Zie de tabel en de foto’s hieronder voor meer gedetailleerde informatie.

 

Cumulatieve runoff van lood (g/m2)
Day 60 89 119 150 181 210 242 272 301 332 364

392
na
1 jaar

oude methode
hoek
van
45º
0,20 0,45 0,68 1,32 2,19 3,40 3,54 3,86 4,34 4,67 5,17 5,34
nieuwe methode
Lood
aan-
sluiting
Noord
0,05 0,10 0,12 0,17 0,43 0,83 0,88 0,97 1,02 1,06 1,13 1,14
Lood
aan-
sluiting
West
0,06 0,12 0,13 0,20 0,44 0,77 0,80 0,85 0,92 0,97 1,07 1,08
Lood
aan-
sluiting
Zuid
0,05 0,07 0,09 0,11 0,25 0,41 0,43 0,46 0,50 0,55 0,60 0,60
Lood
aan-
sluiting
Oost
0,03 0,05 0,06 0,12 0,25 0,51 0,56 0,60 0,63 0,66 0,69 0,69

 

Nieuwe praktijk gerichte methode. (Nabootsing van een aansluiting zoals die in de bouw wordt toegepast.)
Oude methode. (Laboratorium opstelling van bladlood onder een hoek van 45 graden.)

 

2000

“Dimensionering loodslabben in de bouw”

De Stichting Bouwlood (voorheen SIBL, Stichting Informatiecentrum Bewerkt Lood) heeft het bekendste Nederlandse onderzoeksbureau opdracht gegeven een onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden om het afspoelen van de loodslabbe te verminderen waardoor het milieu minder belast wordt. Loodslabben logen uit onder invloed van het buitenklimaat. Een mogelijkheid om het afspoelen te beperken is om het buitenoppervlak van het lood te verminderen. Deze mogelijkheid is in dit onderzoek onderzocht.


De uitkomst van het onderzoek:
Bladlood code 18 (1,59mm dik) mits vakkundig aangebracht kan van 100 mm breed en meer worden teruggebracht naar 50 tot 80 mm. Een besparing van minstens 20% op het blootgestelde oppervlak van het lood.

Voor de verwerkingsvoorschriften om, conform deze inzichten, het lood te verwerken kunt u de animaties of de stappenplannen op onze site bekijken. De stappenplannen zijn ook te verkrijgen in een handzaam geplastificeerd ringbandje op A-5 formaat. Te bestellen via onsd ocumentatie bestelformulier. Het rapport “dimensionering loodslabben in de bouw” ligt ter inzage in Rijswijk.

 

1999

“Environmental and costs comparison of leadsheet and two alternative materials”

De ELSIA (European Leadsheet Industry Association) heeft het bekendste Nederlandse onderzoeksbureau opdracht gegeven om te bepalen of het gebruik van bladlood nadelige milieu effecten heeft en deze effecten te vergelijken met potentiële alternatieve materialen. Om volledig inzicht te krijgen in de verhouding tussen bladlood en het milieu werd de studie uitgevoerd in twee delen: 1) De vergelijking met alternatieve materialen en 2) een meer gedetailleerde milieurisico analyse.


De vergelijking met alternatieve materialen is gebaseerd op de methodiek van de levenscyclusanalyse (LCA), waarbij belangrijke milieu effecten gedurende de gehele levenscyclus van een product in kaart worden gebracht. Deze “van de wieg tot het graf” analyse omvat dus ook de verwerking van grondstoffen, de verschillende fasen van installatie, gebruik en afvalverwerking / recycling.

De bestudeerde alternatieve materialen waren:
- EPDM (ethyleenpropyleendiene) voor spouwmuurtoepassingingen
- PiB – Wakaflex (poly-isobutyleen) voor muur/daktoepassingen

De analyse laat zien dat de milieuprestatie van bladlood beter is dan die van de alternatieve materialen. De belangrijkste reden is dat de verwachte levensduur van de alternatieve materialen belangrijk korter is dan die van lood.

Uit de milieurisico analyse blijkt dat uitspoeling van bladlood een te verwaarlozen effect heeft op het aquatisch ecosysteem, gebaseerd op nieuwere toxicologische gegevens. In feite is lood één van de stoffen waarvan zowel de MTR-waarde alsook de streefwaarde voor de waterkwaliteitsnorm in Nederland niet wordt overschreden. De studieresultaten zijn geconfirmeerd door het Centrum voor Milieuwetenschappen van de Rijksuniversiteit Leiden (CML)

Het rapport “Environmental and costs comparison of leadsheet and two alternative materials” ligt ter inzage in Rijswijk. Voor meer informatie kunt u contact op nemen met een van onze adviseurs.


Links

Stichting Duurzaam Bouwmetaal
Ga naar Duurzaambouwmetaal

Rijksinstituut voor integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA)
Ga naar
Rijkswaterstaat

Metaal Recycling Federatie (MRF) Ga naar MRF

European lead sheet industry association (ELSIA)
Ga naar
Elsia