Emissie van bouwlood
Lood komt van nature voor in het milieu. Zodra het door menselijk toedoen in het milieu terechtkomt, wordt het endogene loodemissie genoemd. Hierin worden onderscheiden: diffuse en puntbronnen.
Diffuse bronnen zijn tal van kleine emissiebronnen, die elk slechts weinig bijdragen aan het totaal, maar gezamenlijk een aanzienlijke bijdrage aan de emissie (kunnen) vormen. Belangrijke diffuse bronnen van respectievelijk koper-, zink-, en loodemissies zijn verkeer (remmen), landbouw (uitspoeling kunstmest) en de bouw (afspoeling).
Het aandeel van puntbronnen (industriële lozingen) in de totale emissie van lood naar het milieu is de afgelopen jaren kleiner geworden. En de relatieve bijdrage van diffuse bronnen daarmee belangrijker.
Laatstgenoemde genieten dan ook steeds meer aandacht.
Bouwlood is de grootste diffuse bron van loodemissie en daarom vaak onderwerp van onderzoek.
Emissie-reducerende maatregelen
Om emissies van bouwlood te verminderen, zijn de afgelopen jaren diverse emissiereducerende maatregelen getroffen en productverbeteringen doorgevoerd.
Kleiner oppervlak
De emissie is direct te verminderen door te zorgen voor een kleiner oppervlak van blootstelling aan de atmosfeer (regenwater). Door het bladlood iets dikker te maken, konden de ontwerpen worden aangepast, met een kleiner blootgesteld oppervlak als resultaat.
Toevoegen van koper en/of tin aan bladlood
Studies en een uitgebreid onderzoek van TNO hebben loodlegeringen met een beter corrosiegedrag opgeleverd. De hoeveelheid afgespoeld lood bleek sterk te verminderen door een fractie koper of tin aan het lood toe te voegen. De toegestane hoeveelheid toegevoegd koper is 0.05% (rekening houdend met de verwerkbaarheid, economische aspecten en de Europese norm EN 12588). Daarom wordt voor normaal gebruikt lood de legering Pb0.05Cu aanbevolen. Een hoger tingehalte tot 0.1%
is ook toegestaan, omdat dit eveneens de corrosie tegengaat.
Coatings
Een beschermende coating aanbrengen is een andere manier om de afspoeling van looddeeltjes tegen te gaan. Hier hebben de milieunadelen van de coating – de coating zelf, aanbrengen, afdanking – wel een negatief effect op de algehele milieuprestatie.
Van emissie naar belasting Een emissie betreft de hoeveelheid verontreiniging zoals die vrijkomt direct bij de bron.
Een belasting betreft de hoeveelheid die uiteindelijk in het oppervlaktewater, bodem of grondwater terechtkomt.
Van emissie naar belasting
Een emissie betreft de hoeveelheid verontreiniging zoals die vrijkomt direct bij de bron.Een belasting betreft de hoeveelheid die uiteindelijk in het oppervlaktewater, bodem of grondwater terechtkomt.
Om vast te stellen wat de concentratietoename in het milieu door toepassing van bouwlood is, moet je zowel kijken naar de variabelen die van invloed zijn op de emissie, als naar de variabelen die van invloed zijn op de belasting:
Emissies
- Afspoelsnelheid
- Toepassing
- Hoeveelheid regenwater
- Blootgesteld oppervlak
Belasting
- Routes van hemelwaterafvoer
Routes van hemelwaterafvoer

1. Directe lozing
2. Ongezuiverde lozing
3. Regenwaterriolen
4. Riooloverstorten
5. Rioolwaterzuivering
6. Rechtstreeks naar bodem
7. Wadi naar bodem
8. Wadi naar grondwater
9. Bodem naar grondwater
De impact van afspoeling van bouwmetalen hangt sterk af van de omstandigheden waarin ze zijn toegepast. Zoals de illustratie laat zien, zijn de routes die het regenwater afleggen bepalend voor zowel
de soort als de mate van milieubelasting. Van grote invloed is de hoeveelheid water die langs stroomt en de manier waarop dat water wordt afgevoerd.
Oppervlaktewater (1-5)
Het type rioleringsstelsel en rioolwaterzuivering speelt hierin een belangrijke rol. De emissies en hun route leidend tot belastingen worden ingeschat aan de hand van gegevens over de verdeling van de verschillende in gebruik zijnde stelsels in Nederland en de meetresultaten van waterstromen van rioolwaterzuiveringsinstallatie’s (RWZI) verzameld door CBS.
Bodem en grondwater (6-9)
Bodem en grondwater worden belast in die gevallen waar hemelwaterafvoer is afgekoppeld en het water kan infiltereren in de bodem. Een voorbeeld daarvan zijn wadi’s en woningen die het hemelwater afvoeren in de tuin.
Wadi
In Nederland wordt met een wadi, een bufferings- en infiltratievoorziening die tijdelijk gevuld is met regenwater bedoeld. De naam verwijst naar een vaak droogstaand rivierdal.
Bij een moderne wadi worden in stedelijke gebieden straten en daken van huizen afgekoppeld van de riolering. Het regenwater wat op deze verharde oppervlakken valt wordt via een regenwaterriolering of over maaiveld afgevoerd naar een wadi waar het kan infiltreren in de bodem, of vertraagd kan worden afgevoerd naar oppervlaktewater.
Relatieve bijdrage bouwlood aan totale loodemissie en -belasting
Doordat veel water via een rioolstelsel wordt geloosd en door een RWZI wordt gereinigd, is de relatieve bijdrage aan de belasting voor bouwmetalen aanzienlijk lager. Lood als bouwmetaal draagt voor ca. 33% bij aan de emissies in Nederland en voor ca. 14% aan de belasting van het oppervlaktewater.
Als de invloed van loden leidingen wordt weggelaten worden de bijdragen aan emissies en belasting respectievelijk 29 en 13%.

Toetsing aan milieukwaliteitscriteria
Nadat de emissies en belasting in kaart zijn gebracht moet worden vastgesteld of en in hoeverre de gemeten waarden (concentratietoenames) -eventueel- een milieurisico vormen. Dit gebeurt door ze te toetsen aan wettelijke normen.
Voldoen de emissies van bouwlood aan de wettelijke normen voor:
A Oppervlaktewater
B Bodem
C Grondwater
Normen
MTR: Maximaal Toelaatbaar Risico voor ecosystemen. Norm voor de duurzame kwaliteit van het milieu. Het MTR is de concentratie van een stof in lucht, water of bodem waarbeneden geen negatief effect te verwachten is.
Welke normen gelden op dit moment voor de kwaliteit van bodem, oppervlakte- en grondwater?
De overheid heeft een risiconiveau bepaald op basis van cotoxicologische gegevens. Dit niveau wordt gedefinieerd als de zogenaamde Maximaal Toelaatbare Toevoeging (MTT). Deze MTT wordt bij de natuurlijke achtergrondconcentratie (Cb) opgeteld om het Maximaal Toelaatbare Risico (MTR) te bepalen.
Voor oppervlaktewater : MTR (maximaal toelaatbaar risico)
Voor grondwater : MTT (of drinkwatereis, tot max. interventiewaarde)
Voor bodem : MTT (maximaal toelaatbare toevoeging)
Norm oppervlaktewater
Op dit moment kent het Nederlandse beleid nog geen ecologische normen. Wel zijn er chemische kwaliteitsnormen voor oppervlaktewater, vastgelegd in de ministeriële Regeling milieukwaliteitseisen gevaarlijke stoffen oppervlaktewateren. De milieukwaliteitseisen die daar zijn vastgelegd zijn de Maximaal Toelaatbare Risiconiveaus, zoals in het verleden ook opgenomen in de 4e Nota Waterhuishouding.
Norm grondwater
Voor grondwater zijn formeel geen MTT waarden beschikbaar. Wel zijn er streefwaarden, vastgelegd in de Circulaire streef- en interventiewaarden bodemsanering. Soms worden MTT-eisen afgeleid van emissieeisen voor steenachtige bouwstoffen. Via deze weg, zijn de MTT-grondwater waarden indirect in het milieubeleid geïmplementeerd.
Norm bodem
Voor het toetsen van de bodemkwaliteit is geen Europese regelgeving. De beoordeling van de bodemkwaliteit kent geen formeel vastgestelde ecotoxicologische risicogrenzen. Er zijn wel wetenschappelijke risicogrenzen voor bodem, en daarvan afgeleide maximaal toelaatbare toevoegingen.
Wettelijk zijn vastgelegd de interventiewaarde, een waarde waarboven een saneringsonderzoek moet worden gedaan en sinds 1 januari 2007 zijn ook de maximale waarden voor verschillende bodemfuncties van kracht. De maximale waarden worden toegepast bij het toetsen van grondverzet en als terugsaneerwaarde.
Stand van zaken
Bouwlood en oppervlaktewater
Nergens in Nederland is er sprake van overschreiding van de waterkwaliteitsnormen. Dit geldt zowel voor regionale wateren als rijkswateren. In het RIVM Rapport ‘Afspoeling van bouwmetalen’ (2008) is de belasting van oppervlaktewater nog eens onderzocht binnen een specifieke onderzoekssituatie. Uit dit onderzoek kwam naar voren:
- Loodslabben leiden niet tot onaanvaardbare belasting van het oppervlaktewater
- Lood uit drinkwaterleidingen leidt niet tot overschrijding van de CIW immissietoets voor lozingen in het oppervlaktewater.
Bouwlood en bodem / grondwater
Onderzoek naar de impact van loodemissies op bodem en grondwater is complex. Voor de meting en bepaling van risico’s bestaan geen eenduidige normen en instrumenten. Er zijn zo ontzettend veel factoren die in praktijksituaties van invloed zijn op het pad emissie-belasting-risico dat getwijfeld wordt of generieke modelberekeningen hieraan wel voldoende recht doen.
In de RIVM studie is voor het berekenen van transport en interactie van stoffen in de bodem en het grondwater het model ORCHESTRA gebruikt. Dat is een beoordelingsmethodiek die wordt toegepast
voor de beoordeling van steenachtige bouwmaterialen.
Conclusies RIVM (2008)
- Afhankelijk van de bindende eigenschappen van de wadi-bodem kan de overschrijding van de drinkwaternorm in het grondwater in afgekoppelde systemen oplopen tot een factor 7. Hierbij is geenoverschrijding van de MTT bodem.
- In wadi’s is een overschrijding van MTT grondwater mogelijk.
- De grondwateraanvulling kan lokaal ook de drinkwaternorm voor lood overschrijden.
Conclusies TNO (2006)
Ook TNO heeft onderzocht of “de loodcomponenten die afspoelen van aan de buitenlucht blootgesteld bladlood leiden tot significante toxische effecten in het natuurlijk milieu.”
Om deze vraag te kunnen beantwoorden werden de vijf meest bepalende aspecten onderzocht:
1. De belangrijkste bronnen van loodemissie naar het milieu
2. De bijdrage van bladlood aan de totale loodemissies
3. De concentraties van lood in het milieu
4. De milieukundige grenswaarden voor lood in het milieu
5. Het risico van milieueffecten van lood in het milieu
Het rapport concludeert:
“Gebaseerd op de waarden van de afgeleide risicofactoren is er geen risico voor het milieu tengevolge van de antropogene emissies van lood.”
Concluderend
Het gebruik van bouwlood leidt nergens tot overschrijding van milieukwaliteitsdoelstellingen in oppervlaktewater. Dit wordt zowel in praktijkmetingen als in onderzoek aangetoond.
Over de invloed en effect van bouwlood op bodem en grondwater is minder bekend. Uit het onderzoek van RIVM komt dan ook naar voren dat een ‘overschrijding mogelijk is’ of ‘kan overschrijden’.
Bij de beoordeling of veel voorkomende toepassingen van bouwlood leiden tot overschrijding van milieukwaliteitsdoelstellingen in bodem, grondwater en oppervlaktewater; en welke maximale emissie
toelaatbaar zou zijn voor het milieu, moet het volgende goed in ogenschouw worden gehouden.
Nieuwe handvatten voor onderzoek en beleid
Beleid is als het goed is altijd gebaseerd op gedegen onderzoek. In het algemeen geldt:
Op basis van onderzoek naar:
- Emissie
- Belasting
- Risico
wordt beleid gemaakt in de vorm van:
- Normen
- Handhaving
- Maatregelen
Bij het onderzoek naar emissies, belasting en risico’s én dus bij het opstellen van beleid ten aanzien van de normen, handhaving en maatregelen, moeten de volgende factoren in acht worden genomen:
Biobeschikbaarheid
De laatste jaren is veel kennis vergaard over de impact van bouwmetalen op het ecosysteem. We weten nu veel meer over de emissiebronnen, maar ook en vooral hoe je effecten op het ecosysteem
(milieubelasting) moet berekenen. Bij dit laatste heeft het begrip ‘biobeschikbaarheid’ een cruciale betekenis. In essentie komt het concept ‘biobeschikbaarheid’ neer op het volgende: in het milieu leven
planten en dieren die metalen absorberen; een fractie van de metalen wordt niet geabsorbeerd en blijft ‘beschikbaar’ in het milieu. Dié hoeveelheid moet men meten bij het bepalen van risico’s.
Oftewel: metalen dienen te worden gemeten en beoordeeld voor zover ze in opgeloste (niet geabsorbeerde) vorm in water of bodem aanwezig zijn. Toch wordt bij de bepaling van normen en metingen soms nog steeds uitgegaan van een laboratoriumsituatie: Gedestilleerd water waar (uiteraard) geen organismen in leven, is onvergelijkbaar met slootwater. En niet iedere grond heeft dezelfde eigenschappen.
Generaliseren onderzoeksresultaten en metingen?
Het landelijke emissiebeeld kan sterk verschillen van de lokale situatie. Daarom moet bij de beoordeling van emissies en belasting in bouwprojecten altijd worden gekeken naar de lokale, specifieke situatie:
Welke bron (uitspoeling bodem, jacht, atmosferische depositie, industrie, huishoudelijk, wegverkeer, bouwmetalen) is op welke manier, verantwoordelijk voor welke belasting? Dat is op iedere locatie anders.
Landelijke cijfers kunnen dan ook niet worden gebruikt voor lokale beoordelingen.
Omgekeerd is het onmogelijk om lokale (of laboratorium) bevindingen en resultaten door te trekken naar landelijk niveau of andere lokale situaties:
- Wordt er wel rekening gehouden met biologische beschikbaarheid?
- Welke toepassing wordt er doorgerekend? De resultaten voor gevelbekleding kun je niet gebruiken voor uitspraken over spouwmuren. De resultaten voor verticale oppervlaktes kun je niet vergelijken
met die oppervlaktes met een hellend vlak.
- Hoe groot is het blootgesteld oppervlak per eenheid in het onderzoek? En is dat te generaliseren naar de praktijk?
- Op welke manier wordt het hemel- en afvalwater afgevoerd?
- Welk type rioleringsstelsel en rioolwaterzuivering wordt gebruikt?
- Welke achtergrondconcentraties worden gebruikt?
- etc.
Generieke modelberekeningen geven slechts een indruk van potentiële effecten. Er is altijd een verschil tussen modeluitkomsten en praktijkdata. Uit specifieke omstandigheden mag geen generiek beeld gehaald worden. De scenario’s die vaak in onderzoeken gebruikt worden zijn, als gevolg van de diverse bouw van wijken in Nederland, eigenlijk niet meer dan een indicatie van de praktijk. Afwenteling naar andere milieucompartimenten
Een brede en integrale milieuanalyse is essentieel. Bij het terugdringen van emissies uit de bouw moet worden uitgegaan van een integrale benadering, met niet alleen aandacht voor water, maar ook voor
andere milieuaspecten. Alternatieve materialen - gecoat staal, aluminium, gecoat aluminium en diverse kunststoffen - beperken weliswaar de emissies van lood naar het water, maar emiteren weer andere stoffen, waaronder PAK’s. Ook hebben alternatieve materialen effecten op andere milieucompartimenten zoals energie en global warming.
In de zeventiger en tachtiger jaren was overduidelijk dat de waterproblemen zo groot waren dat andere negatieve milieuaspecten vaak geen rol speelden. De aard van de milieuproblemen is aan het veranderen en de milieu nadelen van water zijn nu vaak minder evident t.o.v. andere milieunadelen. Bij de afweging van maatregelen ter beperking van de emissies naar water, dient hiermee rekening gehouden te worden.
De afgelopen decennia is enorm veel onderzoek verricht naar de invloed van de mens op zijn omgeving. Daarbij richtten landen zich aanvankelijk op de nationale gezondheid en nationale belangen. Maar inmiddels beseft men steeds meer dat een duurzame, global oplossing alleen tot
stand kan komen door afspraken te maken op internationaal niveau, en dat structurele oplossingen geboden zijn. Immers, ook toekomstige generaties moeten in een schoon en veilig milieu kunnen leven.

