Wettelijk kader m.b.t. milieu en duurzaamheid

Het wettelijk kader


Europa

Het grootste gedeelte van wet- en regelgeving wordt tegenwoordig in Brussel bepaald.

Rijksoverheid

De rollen en taken van de rijksoverheid bevinden zich hoofdzakelijk op het terrein van beleid en regelgeving. Daarnaast is de rijksoverheid verantwoordelijk voor de ontwikkeling en vaststelling van de milieunormen waaraan getoetst moet worden.

Provincie

De provincie heeft de regierol gekregen bij de invulling en uitvoering van het gebiedsgericht beleid. Zij maken de afspraken met het Rijk over de realisatie van rijksdoelen en zien toe op de handhaving van de normen. Vervolgens zijn de provincies het aanspreekpunt voor alle partijen die een rol spelen bij de echte uitvoering. Provincies hebben verder als taak om te zorgen voor kennisoverdracht en bewustwording t.a.v. emissies uit de bouw richting bouwers, corporaties, beheerders, gemeentelijke iensten, etc.

Waterbeheerder

In de beheersplannen moet aangegeven worden voor welke watersysteemdelen er sprake is van normoverschrijdingen. In plannen, zoals het waterbeheersplan en het structuurplan, kan de waterbeheerder haar beleid onderbouwen en formuleren met betrekking tot gewenste kwaliteit oppervlaktewater, welke bronnen zij belangrijk acht en welke maatregelen bij die bronnen getroffen moeten worden.
In de afstemming met gemeenten en provincie kan zij haar invloed laten gelden door bij te dragen aan de doorvertaling van haar beleid in het beleid en de uitvoering bij gemeenten en door voorstellen voor beleid
richting de provincie.

Gemeente

In de afstemming met gemeenten en provincie kan een gemeente haar invloed laten gelden door voorstellen voor beleid richting de waterbeheerder en de provincie. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren
door een rol te spelen bij het opstellen van het waterhuishoudingsplan van de provincie en het waterbeheersplan van de waterbeheerder.
De omgeving van de gemeente bestaat uit een groot aantal actoren die te maken hebben met het toepassen van bouwmaterialen en de keuze daarvan: projectontwikkelaar, stedenbouwkundige, architect, consument, woningcorporaties, andere overheden, etc.

Gesteld kan worden dat zonder goede medewerking van de gemeente het erg moeilijk is een goede aanpak van de grond te krijgen.

De basis voor het vaststellen van milieunormen

De huidige normen bestaan al enige jaren. Op dit moment wordt er van overheidswege gewerkt aan nieuwe normen waarbij de KWR als uitgangspunt zal dienen.

Kaderrichtlijn water (KRW)

De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW is sinds december 2000 van kracht en maakt het mogelijk om
waterverontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal aan te pakken. De kaderrichtlijn is geen vrijblijvende richtlijn, ze vormt een Europese verplichting, waar de waterbeheerder (Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten) niet omheen kan.

Europese lidstaten moeten zorgdragen voor een goede chemische kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater. Het beleid is gericht op het bereiken van de vastgestelde milieukwaliteitsnormen. Deze
normen betreffen getalswaarden op het niveau van het Maximaal Toelaatbaar Risico.

Biobeschikbaarheid

Bij het vaststellen van effecten (risico’s) op het ecosysteem (milieubelasting) dient rekening gehouden te worden met biobeschikbaarheid.

Europa

Het voorstel van de Europese Commissie met betrekking tot de dochterrichtlijn Prioritaire Stoffen staat expliciet toe om bij de beoordeling van normoverschrijdingen rekening te houden met biologische beschikbaarheid en achtergrondgehaltes voor metalen.

Nationaal

De minister van VROM (Cramer) heeft in de Tweede Kamer verklaard dat bij overschrijding van de totaal-metaal norm wordt gekeken - m.b.v. een opgelostmetaal/biobeschikbaarheidsbenadering - of een
(potentieel) risico werkelijk aanwezig is.

Waterschappen

“De Unie van Waterschappen adviseert om daar waar normoverschrijdingen worden verwacht, een aantal aanvullende parameters in het monitoringsprogramma op te nemen. De resultaten daarvan maken een correctie mogelijk ten aanzien van de biologische beschikbaarheid van zware metalen en organische
microverontreinigingen.”

Regelgeving

Bouwbesluit (bindend)

Het Bouwbesluit (sinds 1 januari 2003 genaamd ‘Bouwbesluit 2003’) laat een aanvullende verordenende bevoegdheid voor gemeenten niet toe. Dat geldt ook voor het onderwerp duurzaam bouwen. Voorts
is het gemeenten op grond van artikel 122 Woningwet niet toegestaan langs privaatrechtelijke weg bouwtechnische eisen (bijvoorbeeld t.a.v. duurzaam bouwen) te stellen. Alleen op basis van gelijkwaardigheid en vrijwilligheid en zonder te handelen vanuit een monopoliepositie kunnen gemeentenmet andere partijen afspraken maken om te bouwen op een hoger kwaliteitsniveau (bijvoorbeeld op het terrein van duurzaam bouwen) dan voorgeschreven door het Bouwbesluit.


Wat is het Bouwbesluit?

Het Bouwbesluit bevat bouwtechnische voorschriften waaraan alle bouwwerken - zoals woningen, kantoren en winkels - in Nederland minimaal moeten voldoen. Ook verbouwingen vallen onder het Bouwbesluit. De eisen hebben betrekking op veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Het eerste Bouwbesluit is in 1992 in werking getreden, waarmee technische bouwvoorschriften voor het hele land gelijk werden. Op 1 januari 2003 is een nieuw Bouwbesluit in werking getreden (Bouwbesluit 2003). De laatste wijzigingen van het
Bouwbesluit 2003 zijn van 1 september 2005 en van 1 januari 2006. Per 1 januari 2006 is de energieprestatiecoëfficiënt voor nieuw te bouwen woningen aangescherpt van 1,0 naar 0,8. Deze aanscherping past binnen het streven van het Kabinet om de uitstoot van CO2 te verminderen en zo een klimaatverandering tegen te gaan. Het besluit tot aanscherping van de EPC is op 27 oktober 2005 gepubliceerd in het Staatsblad.

Convenanten (adviserend)

De Rijksoverheid verbiedt toepassing van bouwmetalen niet. Lagere overheden mogen deze toepassing ook niet zonder meer verbieden. Wel kunnen gemeenten in de vorm van convenanten hun advies
uitbrengen over het gebruik van bouwmaterialen. Deze zijn echter in geen enkel geval bindend.

Wat is een convenant?

In een overeenkomst spreken partijen af “het volgende overeen te komen”, in een convenant komen de partijen meestal overeen “het volgende in acht te zullen nemen”. Door zo te formuleren ontbreekt
het element van verbinden of verplichten aan een convenant. Het afdwingen van nakoming is dus minder gemakkelijk. Als een overheid partij is, zal ten minste één overheid publiekrechtelijke
bevoegdheden inzetten. Daarmee wordt bedoeld het maken van afspraken over de wijze waarop bevoegdheden die in of bij de wet aan de overheid zijn toebedeeld, worden uitgeoefend. Zo worden
afspraken vastgelegd, waarbij de bestuurlijke organen afspreken bepaalde dingen te doen die niet op die manier in de wet zijn uitgewerkt. Men noemt dat ook wel een bestuursakkoord. Convenanten
worden gebruikt in situaties dat de reguliere middelen niet effectief blijken. Er bestaat geen strikt vastgelegde vorm of inhoud van een convenant. Convenanten zijn er daarom in vele soorten en
maten.

Wetgeving vs uitvoering

Het aantal partijen dat te maken heeft met het toepassen van bouwmaterialen en de keuze daarin is groot. Projectontwikkelaars, stedenbouwkundiges, architecten, consumenten, woningcorporaties, maar ook (semi)overheden als gemeentes, waterschappen en provincies.

De wettelijke normen voor lood in het milieu worden in Nederland nergens overschreden. Er is geen enkele reden om het gebruik van bouwlood bij de wet in te beperken. Dit is dan ook nergens aan de
orde. Wel zijn we convenanten tegengekomen waarin partijen overeen zijn gekomen terughoudend te zijn bij de keuze en het gebruik van bouwlood. In sommige gevallen wordt zelfs geadviseerd alternatieve producten
te gebruiken.
Nogmaals, vanuit zowel wetgeving als onderzoek is hier geen enkele aanleiding toe. Bezien vanuit het oogpunt van duurzaamheid geniet bouwlood zelfs de voorkeur boven ‘alternatieven’.

 Lees verder »



Links

Landelijk Bestuur Overleg water
Ga naar Omgaan met metalen bouwmaterialen