Waarop te letten bij het maken van loketten
1. De breedte van de loketten mag maximaal 400 mm bedragen. De onderlinge overlappen dienen ca. 100 mm breed te zijn, afhankelijk van de dakhelling.
2. In de muurspouw dient het loket minimaal 250 mm te worden opgezet tegen het binnenblad en daarin te worden gefixeerd met voegklemmen in een voeg (bij gemetselde binnenspouwbladen) of daartegen te worden bevestigd met een knelstrip (beton, kalkzandsteen en hout).
3. Het lood moet in de spouw goed worden ondersteund met behulp van metselwerkklinkers of met stroken kunststof plaatmateriaal, opgenomen in de voegen van het binnenspouwblad.
4. Bij de aansluiting van een hellend dak (bijvoorbeeld een dakpannen dak) met opgaand metselwerk (bijvoorbeeld een gevel of schoorsteen), wordt met een opstaande loodstrook een eerste aansluiting gerealiseerd. Deze loodstrook wordt over de dakpannen geklopt en met (koperen) ankernagels met een grote, brede kop, vastgezet in het metselwerk. Hier overheen worden de loketten aangebracht.
5. De loketten zelf, die trapsgewijs in het metselwerk worden opgenomen, zijn in de spouw aan beide zijden voorzien van een opgezette rand. Vanzelfsprekend bevindt de hoogst opgezette rand zich aan de achterzijde, zodat het water aan de voorzijde overloopt en altijd op een lager liggende loket terecht komt.
6. Het water dat op een loket terecht komt moet via een open stootvoeg in het metselwerk worden afgevoerd. Per loket dient daartoe minimaal één open stootvoeg te zijn aangebracht.