Technische punten bij de toepassing van lood

Speciaal bij naar de zon gerichte vlakken kunnen zeer grote temperatuurverschillen voorkomen. Het uitzettingscoëfficiënt van lood bedraagt ca. 30 x 10-6, zodat een strook van 500 cm bij 60ºC temperatuurverschil (in de zomer geen uitzondering), ca. 1 cm in afmeting kan toe- en afnemen.


Bij bekleding van grotere vlakken dient er op te worden toegezien, dat de onderlaag schuiven van het lood toelaat.



Grote maten aan één stuk kunnen het beste vermeden worden. Oppervlakken groter dan 2 m2 moeten bij de gebruikelijke looddikten opgedeeld worden in vlakken, die de 2 m2 niet te boven gaan. Bij toepassing van bladloodstroken dient men de lengte van 1.5 m niet te overschrijden. Waar platen verbonden worden, moet de verbinding voldoende flexibel zijn om krimping op te vangen. Dit kan door toepassing van felsnaden en roefuitvoeringen.

Lood kan in combinatie met vocht aangetast worden door portlandcement of soorten niet uitgewerkt hardhout, als eiken en teak. Omgekeerd kan lood in vochtige en vooral zoute omstandigheden door galvanische werking ijzer en soms aluminium en zink aantasten. Door het aanbrengen van een laag bitumenverf op het lood als scheiding tussen het bladlood en cement/eiken/teak/ijzer/aluminium/zink ed. kan deze aantasting worden voorkomen of gebruik een bitumenpapier als scheidingslaag voor onbewerkt hout. Bladlood kan in combinatie met koper en R.V.S wel perfect worden toegepast. Bladlood is zeer goed bestand tegen z.g. aantasting door zure regen.

Bladlood vormt aan het oppervlak geleidelijk een sterke en vrijwel onoplosbare oxidatielaag met een onregelmatige zilver grijze kleur. Om een mooie gelijkmatige grijze kleur te krijgen en om witte strepen op het dak te vermijden wordt het gebruik van PATINEEROLIE aanbevolen. Bij het verwerken van bladlood behoort het materiaal, na dagproductie, maar voor een regenbui, z.s.m. met deze olie te worden behandeld.

Dakdoorvoeren in z’n geheel primeren, ook van binnen.